donderdag 1 april 2010

U moet het zelf weten (5)

Onder deze titel verschijnen er vanaf maart 2009 van mijn hand stukjes in Boel Bluf. Bedoeling daarvan is dat ik in kort bestek wat toelichting geef rond de spel- en gedragsregels bij het jeu de boulen.
Waren mijn eerste twee bijdragen er op gericht om wat zaken te vermelden waarop gelet moet worden alvorens met het eigenlijke spel te beginnen, vanaf bijdrage 3 gaan de zaken over het eigenlijke spel.

Ongeldig uitwerpen van het but.
Vorige keer heb ik beloofd nog even door te gaan over wat er verder mis kan gaan bij het uitwerpen van het but. Zoals u zich ongetwijfeld herinnert heeft u 3 pogingen (binnen 1 minuut!!!) tot uw beschikking om het but reglementair uit te werpen.
Maar nu kan het zijn dat tijdens het uitgooien het but wordt tegengehouden.
Artikel 8 geeft daarvoor aan dat als dit gebeurt door de scheidsrechter, een toeschouwer, een speler, een dier of enig bewegend voorwerp, het but dan opnieuw moet worden uitgeworpen. Die nieuwe poging telt dan niet mee voor het aantal van drie waarop de equipe recht heeft.

Ongeldig worden van het but.
Nadat het but dan eindelijk reglementair is uitgeworpen kan het weer ongeldig worden in een zestal gevallen.
Artikel 9 zegt over in werking tredende ongeldigheid:
1) Als het but tijdens de werpronde wordt verplaatst naar niet-toegestaan terrein, zelfs als het daarna weer op toegestaan terrein terugkomt. Als het but op de uitlijn ligt is het nog steeds geldig. Net als voor een boule geldt dat uit (=ongeldig) pas aan de orde is als recht van boven gezien de uitlijn geheel is gepasseerd. Zolang dit niet het geval is is de ligging geldig. Ik zie nogal eens gevallen waarbij men boules van de tegenstander te vlot verwijderd bij de uitlijn. Dit vraagt om conflicten. Roept u in zo’n geval eerst de tegenstander erbij om ook deze het er over eens te laten zijn dat de uitlijn al dan niet gepasseerd is. In geval van twijfel direct de scheidsrechter roepen. Een boule die dan nog geldig blijkt te zijn ligt kritisch t.o.v. de uitlijn. Behandelt u die ligging dan ook als zodanig en markeer zo’n boule onmiddellijk voor het verdere verloop van het spel. Een aparte situatie is bv. ook een plas water waarin het but vrij drijft. Dit wordt beschouwd als niet-toegestaan terrrein.
2) Als het but verplaatst is, en vanuit de werpcirkel niet meer zichtbaar is zoals in artikel 7 beschreven is. Dat is een situatie die niet veel voorkomt zoals wij hier boulen. Het kan wel eens voorkomen als u op terrein speelt waar bv. bomen in het speelveld staan.
3) Als het but wordt verplaatst naar meer dan 20 meter van de werpcirkel (voor senioren en junioren) of naar minder dan 3 meter van de werpcirkel.
4) Als bij afgebakende terreinen het but een onmiddellijk naastgelegen terrein geheel heeft overschreden.
5) Als het but verplaatst en zoek is en niet binnen 5 minuten wordt gevonden.
6) Als zich niet-toegestaan terrein bevindt tussen de werpcirkel en het but.


Puntentelling bij ongeldig geworden but.
Houdt u in aansluiting daarop rekening met artikel 13 dat aangeeft dat als het but ongeldig geworden is zoals in bovenstaande gevallen, de puntentelling als volgt verloopt:
1) Beide equipes hebben nog boules te spelen: de werpronde eindigt onbeslist.
2) Slechts 1 equipe heeft nog boules te spelen: deze equipe krijgt zoveel punten als zij boules te spelen heeft.
3) Geen van beide equipes heeft nog boules te spelen: de werpronde eindigt onbeslist.


Omgaan met het terrein
Artikel 10
Dit artikel geeft toelichting op hoe men met het terrein om moet gaan. Wat men aan het terrein mag veranderen is eigenlijk niets. Het is spelers namelijk verboden een klein obstakel dat zich op het terrein bevindt te verwijderen, te verplaatsen, in de grond te drukken of plat te stampen. Alleen de speler die het but gaat uitwerpen, mag de plek onderzoeken waar hij zijn boule wil laten neerkomen, door daar ten hoogste 3 keer met zijn boule op te kloppen. Bovendien mag een speler van de equipe die aan de beurt is, 1 inslag van een eerder gespeelde boule dichtmaken. Spelers die zich hier niet aan houden riskeren de sancties uit artikel 34.
Als ik soms zie wat spelers allemaal doen aan het terrein als ze aan de beurt zijn is dat meestal in strijd met artikel 10. Vaak blijken spelers ineens een sleepbeen te hebben, waarbij gerust een terreinstrook van een halve meter wordt geëgaliseerd. Dit soort praktijken zijn dus uitgesloten. Als tegenstander heeft u het volste recht hiertegen te protesteren en bij (herhaalde) problemen de scheidsrechter te verwittigen.

Er is ook nog een artikel 10 bis.
Artikel 10 bis is voor het uitzonderlijke geval dat het but moet worden vervangen tijdens een partij.
Dit kan slechts in de volgende gevallen.
1) Als het but zoek is en niet binnen 5 minuten kan worden gevonden (zie ook mijn eerdere toelichting op artikel 9).
2) Als het but in stukken breekt. In dat geval bepaalt het grootste stuk de ligging. Als er in de werpronde nog boules gespeeld moeten worden, wordt het but – indien nodig na meting- onmiddellijk vervangen door een ander but. Dit artikel geldt ook voor in stukken gevallen boules. Hierbij geldt dezelfde vervangingsregel, zij het dat de vervangende boule (nagenoeg) dezelfde afmeting moet hebben als de defecte en dat de betreffende speler in de volgende werpronde de hele set boules mag vervangen.

Verborgen of verplaatst but.
Het kan voorkomen dat als er buiten gespeeld wordt het but wordt bedekt door een boomblad of papiertje. In dat geval wordt dat verwijderd. Ook kan de wind vervelend zijn en het but verplaatsen of kan de helling van het terrein oorzaak zijn dat het but verplaatst. In dat geval wordt het but teruggelegd op zijn oorspronkelijke plaats. Houdt u er echter rekening mee dat dit alleen kan (jawel daar is ie weer) als het but gemarkeerd was!!!
Hetzelfde geldt bij het per ongeluk verplaatsen van het but door de scheidsrechter, een speler, een toeschouwer, een boule of een but uit een andere partij, een dier of enig bewegend voorwerp.
Protesten met betrekking tot niet-gemarkeerde buts (en boules) worden niet in overweging genomen

Tegengehouden but.
In artikel 14 wordt geregeld wat er moet gebeuren als het but, na te zijn weggeschoten, wordt tegengehouden.
Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen zeg maar neutrale- en niet-neutrale omstanders.
1) Wordt het but tegengehouden door een toeschouwer of de scheidsrechter of van richting veranderd, blijft het liggen waar het tot stilstand komt.
2) Wordt het but tegengehouden door een speler die zich bevindt op toegestaan terrein dan heeft zijn tegenstander de keuze uit de volgende mogelijkheden:
a) Het but laten liggen op zijn nieuwe plaats
b) Het but terug te leggen op zijn oorspronkelijke plaats
c) Het but neer te leggen in het verlengde van de lijn van zijn oorspronkelijke naar zijn nieuwe plaats, op ten hoogste 20 meter afstand van de werpcirkel.
Om uit b) of c) te kunnen kiezen moest het but gemarkeerd zijn. Als dat niet het geval was blijft het but op zijn nieuw plaats liggen.

Dat was het zo’n beetje wat u aan verwikkelingen kunt aantreffen rond het but. Niet weinig dus. Volgende keer komen de zaken rond het werpen van boules aan bod.
Tot dan geldt weer dat u het voorgaande in ieder geval zelf moet weten.

Graag tot de volgende keer.

Leen van Aalsburg
NJBB scheidsrechter 2.

vrijdag 1 januari 2010

U moet het zelf weten (4).

U moet het zelf weten (4).

Onder deze titel verschijnen er vanaf maart 2009 van mijn hand stukjes in Boel Bluf. Bedoeling daarvan is dat ik in kort bestek wat toelichting geef rond de spel- en gedragsregels bij het jeu de boulen.
Waren mijn eerste twee bijdragen er op gericht om wat zaken te vermelden waarop gelet moet worden alvorens met het eigenlijke spel te beginnen, vanaf bijdrage 3 gaan de zaken over het eigenlijke spel.

Voor het werpen van de eerste boule.
Vorige keer ben ik geëindigd bij het uitwerpen van het but. Speltactisch (ik spring regelmatig over van speltechnisch naar speltactisch) vermeldde ik toen al dat het uitwerpen gedaan moet worden door degene die daarmee de ideale speelafstand voor zijn team kan realiseren.
Stel dat uw team optimaal presteert op de uiterste toegestane speelafstanden van respectievelijk 6 meter of 10 meter. Dan speelt uw team dus als het ware op het randje van wat is toegestaan.
Daarmee is de kans op conflictsituaties ook groot. Veelal te voorkomen door de spelregels te kennen.
We nemen nu eens aan dat uw team het beste speelt op 6 meter. U heeft de toss gewonnen en betreedt de baan. Normaliter begint iedereen braaf aan het begin of eind van de baan.
Waarom is de vraag?

Artikel 6 vermeldt dat u de plaats mag kiezen waar wordt begonnen. Dit geeft u de kans om bij de eerste speelronde het speelveld zo kort of lang te maken als u wilt. Als u de baan eerst op en neer loopt kunt u bijvoorbeeld ontdekken dat er een zeer vervelend stuk in zit dat uw pointeur wel eens kon opbreken bij zijn eerste boule. Het staat u dan vrij te beginnen op een plaats waarbij u geen last hebt van die plek mits u uw geliefde 6 meter beginafstand maar kan realiseren. Het is een misverstand om te denken dat u het but uit moet gooien op een plek waarbij alle toegestane speelafstanden gehaald moeten kunnen worden. Op die manier kunt u voordeel halen uit het feit dat u de toss hebt gewonnen en dus mag bepalen hoe en waar er gespeeld wordt. Maak daar dan ook gebruik van en wijk eens af van het platgetreden pad (en de uitgesleten werpputten aan het begin of einde van het terrein). Bekommer u niet om uw tegenstander. Die krijgt eventueel weer een kans in de volgende speelronde of in geval het u niet lukt om het but in drie pogingen reglementair uit te gooien. Dan kan de tegenstander besluiten om de werpcirkel achterwaarts te verplaatsen tot een afstand die het toelaat om de maximale speelafstand van 10 meter te halen. Maar let wel; ook niet verder dan die afstand van 10 meter!!!

Artikel 8 laat zaken rond een ander hardnekkig twistpunt zien. Dat is altijd weer het gedoe rond het uitgooien van het but waarbij het onzeker is of de 6 meter of 10 meter nu wel of niet gehaald is. Het reglement is hier heel duidelijk in. Het team dat het but uitgooit is in eerste instantie verantwoordelijk om te bepalen of het but op de reglementaire afstand ligt. In geval van twijfel moet dat team eerst zelf meten of de afstand gehaald is. En dan niet met passen maar met echt meten middels een meetlint. Als de afstand niet gehaald is moet aan de tegenstander gevraagd worden of die het er mee eens is of dat die het nog na wil meten. Als u op voorhand toch eigenhandig het but verwijderd zonder toestemming van de tegenstander bent u gewoon in overtreding en verliest u direct het recht om het but überhaupt nog uit te werpen.

Als u na uitwerpen denkt (al dan niet na eigen meting) dat het but toch op de reglementaire afstand ligt en u besluit om de eerste boule te werpen houdt er dan rekening mee dat de tegenstander ook dan nog steeds het recht heeft om de ligging van het but te betwisten. Om welles-nietes-situaties te voorkomen is het dan ook raadzaam om het but te markeren (door u of uw tegenstander) voor u uw eerste boule werpt. Stel namelijk dat uw team direct een perfecte eerste boule werpt tegen het but aan, waarbij het but wat wordt verplaatst. Alleen door het feit dat het but gemarkeerd is kan de oorspronkelijke situatie gereconstrueerd worden en nagemeten worden.

Heeft de tegenstander echter besloten ook een boule te werpen dan wordt het but geacht geldig te liggen en wordt er geen protest tegen de ligging meer in overweging genomen.

Nog even over het meten van de juiste afstand. Niet meten met passen dus maar met meten middels een meetlint. Denk er aan dat er gemeten moet worden vanaf de binnenkant van de werpcirkel tot aan de (dichtstbijzijnde) buitenkant van het but. Eigenlijk ook wel zo logisch, want u moet zich bij het werpen (met beide voeten) ook binnen de werpcirkel bevinden.
Opmerkzame lezertjes zullen zich misschien de verhandelingen herinneren van de NJBB reglementencommissie in mijn vorige bijdrage. Nog even terug dan en let hierbij op de datum:
“REGLEMENTENCOMMISSIE NJBB.
De reglementencommissie, in vergadering bijeen op 15 maart 2008, heeft de volgende
uitspraken gedaan……….
Ditmaal heeft de commissie zich uitgesproken over het meten van de afstand van de cirkel tot but en boules en over de grootte van de cirkel.
De reglementencommissie heeft, in overleg met de internationale scheidsrechterscommissie,
bepaald dat bij kunststof cirkels vanuit de binnenrand van de cirkel moet worden gemeten,
terwijl bij getrokken cirkels hiervoor de buitenrand dient te worden gebruikt (dit laatste is dus
onveranderd)….………”
Maar niets is zo veranderlijk als een mens en daarmee ook zijn reglementen. Per 1 april 2009 is namelijk het nieuwe Internationale Spelreglement Petanque van kracht geworden en daarin wordt nu gezegd dat er bij getrokken cirkels (en kunststofcirkels) vanaf de binnenkant moet worden gemeten.

Houdt er ten slotte rekening mee dat de toegestane tijd voor het uitvoeren van de drie worpen van het but (buiten eventuele metingen) ten hoogste 1 minuut bedraagt.

Volgende keer nog meer toelichting op wat er zoal mis kan gaan bij het van het uitwerpen van but en boule. Tot dan geldt weer dat u het voorgaande in ieder geval zelf moet weten.

Overigens zou het prettig zijn als er eens wat meer leden daadwerkelijk de opleiding tot scheidsrechter of wedstrijdleider zouden willen gaan volgen. De paar mensen in onze club die nu bevoegd zijn worden onevenredig zwaar belast en dat gaat de vereniging vroeg of laat opbreken. Laat het niet zo ver komen en meldt u aan voor zo’n cursus. Het zijn stuk voor stuk leuke en interessante cursussen die ook uw spelkennis alleen maar kunnen verbreden en verdiepen.
Aanmelden kan bij Maria van Heumen.

Graag tot de volgende keer.

Leen van Aalsburg
NJBB scheidsrechter 2.

donderdag 3 september 2009

U moet het zelf weten (3)

Onder deze titel verschijnen er vanaf maart 2009 van mijn hand stukjes in Boel Bluf en op mijn weblog. Bedoeling daarvan is dat ik in kort bestek wat toelichting geef rond de spel- en gedragsregels bij het jeu de boulen.
Waren mijn eerste twee bijdragen er op gericht om wat zaken te vermelden waarop gelet moet worden alvorens met het eigenlijke spel te beginnen, deze en volgende bijdragen gaan over zaken bij het eigenlijke spel.

Rolverdeling.
Normaal gesproken heeft een team van tevoren bepaald wie van de spelers als teamcaptain op zal treden. Deze speler neemt meestal het hele randgebeuren van formaliteiten voor zijn rekening. Voor de wedstrijd (inschrijving, tegenstander zoeken bij toernooi, tossen, bepalen op welk(e soort) terrein er gespeeld gaat worden), tijdens de wedstrijd (te volgen tactiek, metingen uitvoeren, stand bijhouden, contact met scheidsrechter) en na de wedstrijd (doorgeven stand aan en verder contact met de wedstrijdleiding). Wel zo handig en zeker aan te raden, want als iedereen zich tegen iedereen aan gaat bemoeien, kunnen het wel eens (te) lange wedstrijddagen worden.
Natuurlijk kunnen ook andere teamleden delen van deze taken op zich nemen. Dat is aan u en uw team om te bepalen.

De werpcirkel.
Goed, alle formaliteiten zijn vervuld en het spel mag beginnen.
De toss is door uw team gewonnen, het wedstrijdterrein gevonden en uw team mag beginnen met de but uit te gooien. Dat moet gebeuren vanuit een te tekenen of te plaatsen (kunststof) werpcirkel.
Wat is daar nou over te vertellen denkt u misschien, maar dat valt tegen (of mee, net hoe u er tegenaan kijkt).
Het onderwerp werpcirkels is om te beginnen altijd een bron van irritatie en discussie geweest en zal dat voorlopig ook wel blijven.
Voordat u de cirkel tekent of plaatst, dient u zich te vergewissen van de afstand van 1 meter tot de uitlijn en obstakels (tenzij er aanvullende toernooiregels gelden). Ook opletten dat als u op een niet-afgebakend terrein speelt u 2 meter wegblijft van andere in gebruik zijnde werpcirkels.
Voorschrift is verder dat u alle andere werpcirkels in de nabijheid van uw nieuwe werpcirkel dient uit te wissen.
Als u of uw tegenstander (let daar op, u blijft zelf verantwoordelijk voor wat uw tegenstander u voorschotelt) zelf een cirkel tekent is het natuurlijk wel de bedoeling dat de gemaakte figuur in ieder geval de vorm van een cirkel benaderd en gesloten is. De diameter van het geheel mag variëren tussen de 35 en 50 cm. Als er niet met een puntig voorwerp een cirkel wordt getekend is dat vragen om moeilijkheden want dan verliezen genoemde maten natuurlijk hun absolute waarde Eventueel te volgen afstandsmetingen tot de but, achterlijn, obstakels geven direct problemen, want waar begint de getekende cirkel? Die kan dan zomaar 5 of meer cm variëren Ook constateren of iemand wel of niet in de cirkel staat bij zijn worp wordt daarmee twijfelachtig.
Om dat gedoe te ondervangen raken kunststofcirkels tegenwoordig steeds meer in gebruik.
Het kan dus zijn dat u nu of in de nabije toekomst komt te spelen op een toernooi, waarvan de organisator het gebruik van kunststofcirkels verplicht stelt. En dat is geoorloofd mits deze cirkels dan ook beschikbaar worden gesteld. U hoeft dus niet zelf op pad met een kunststofcirkel in de tas.
Deze cirkels zijn ook niet zaligmakend, want hun verschijningsvorm gaf al direct aanleiding tot discussie en dus is daar weer aparte regelgeving voor nodig gebleken. Hieronder kunt u genieten van wat daarover tot nu is geregeld.

REGLEMENTENCOMMISSIE NJBB.
De reglementencommissie, in vergadering bijeen op 15 maart 2008, heeft de volgende
uitspraken gedaan.
De reglementencommissie heeft enkele besluiten genomen over het gebruik van de kunststof
cirkel. Zij had hierover van verscheidene personen en commissies vragen ontvangen.
Zoals u in Informatiebulletin 392 al kon lezen, heeft de reglementencommissie bepaald dat het
de exploitant van een locatie is toegestaan het gebruik van kunststof cirkels verplicht te stellen,
mits hij deze cirkels zelf beschikbaar stelt. Ditmaal heeft de commissie zich uitgesproken over
het meten van de afstand van de cirkel tot but en boules en over de grootte van de cirkel.
De reglementencommissie heeft, in overleg met de internationale scheidsrechterscommissie,
bepaald dat bij kunststof cirkels vanuit de binnenrand van de cirkel moet worden gemeten,
terwijl bij getrokken cirkels hiervoor de buitenrand dient te worden gebruikt (dit laatste is dus
onveranderd).
De reglementencommissie heeft daarnaast geconstateerd dat de diameter van de kunststof
cirkel (ook die van cirkels van „officiële” fabrikanten) nogal eens afwijkt van de in het
internationaal spelreglement petanque voorgeschreven maat van 50cm. Zij heeft daarom de
tolerantie bij de diameter van de kuststof cirkel bepaald op 3cm naar boven of naar onder. De
binnendiameter van de cirkel dient zich hiermee tussen de 47cm en 53cm te bevinden.

We zijn nu op het punt aangeland dat de but mag worden uitgeworpen.
U weet ongetwijfeld dat degene die dat doet niet degene hoeft te zijn die ook de eerste boule speelt. Het is meestal degene die weet op welke afstand het team het beste speelt. En later in de wedstrijd wordt duidelijk met welke afstand de tegenstander de meeste moeite heeft en kan daarnaar gehandeld worden. Het moet dus wel iemand zijn die de but dan ook op alle gewenste afstanden kan uitgooien. Dat is wel een vakdiscipline apart.

Volgende keer wat verduidelijking rond zaken waar u op moet letten als de eerste boule wordt geworpen. Ook nu geldt dat u tot dan het voorgaande in ieder geval zelf moet weten.

Graag tot de volgende keer.

Leen van Aalsburg
NJBB scheidsrechter 2.

vrijdag 26 juni 2009

U moet het zelf weten (2)

U moet het zelf weten (2).

Onder deze titel verschijnen er van mijn hand de komende tijd stukjes die u ook in ons clubblad Boel Bluf terug kunt vinden. Bedoeling daarvan is dat ik in kort bestek wat toelichting geef rond de spel- en gedragsregels bij het jeu de boulen.

In mijn eerste stukje heb ik het gehad over eigen verantwoordelijkheid t.a.v. uw eigen en andermans speelmateriaal (deugdelijke, d.w.z. goedgekeurde boules en buts).
Na de publicatie hiervan presteerden enkele van onze leden (nee, geen namen) het toch weer om met recreatieboules te gaan spelen op een bondstoernooi. Inmiddels zijn ook deze leden nu “bekeerd” en voorzien van goedgekeurd materiaal. Ik zal de ontstane situatie met dat ondeugdelijke materiaal tijdens dat toernooi schetsen in relatie tot het spelreglement.
Eerst nog even herhalen wat ik hierover vorige keer schreef.
U en uw tegenstander mogen voor en tijdens de wedstrijd altijd elkaars speelmateriaal beoordelen. Daar is niks mis mee. Het is in ieders sportieve belang dat er gespeeld wordt met deugdelijk, goedgekeurd en gestandaardiseerd materiaal. Nog even dit. Als u bij de beoordeling van andermans materiaal verschillende goedgekeurde boules tegenkomt bij een en dezelfde speler; dat kan en dat mag. Het is dus mogelijk dat iemand uit een doublette met 3 verschillende boules speelt. Of het praktisch is is nog maar de vraag, maar het is toegestaan.
Goed, terug naar dat toernooi. Ons team speelde dus naar bleek met recreatieboules tegen een team dat als gelouterd mag worden beschouwd. Gaandeweg de tweede werpronde kregen de tegenstanders door dat de boules van ons team niet deugden en begonnen te mopperen dat ze op die manier benadeeld werden. Echter, het reglement is hier heel duidelijk in.
Als u al problemen hebt met de deugdelijkheid van de boules van uw tegenstander dan moet u uw protest voor aanvang van de wedstrijd indienen (art. 2 bis). Kijkt u dus bijvoorbeeld tijdens het ingooien voor de wedstrijd naar het materiaal van uw tegenstanders en vraag bij twijfel of u de boules wat beter mag bekijken. De tegenstander moet u daartoe in de gelegenheid stellen. Zo niet meldt u dan direct bij de scheidsrechter. Ga er dus niet vanuit dat uw tegenstander wel met goed materiaal aan de start verschijnt, daarvoor lopen er te veel onwetende boulers rond. Ook in onze club weten veel spelers niet wat bv. een categorie 3 toernooi inhoudt. Groot is vaak de verbazing dat er dan tegenstanders van buiten meedoen en dat er 5 voorgelote partijen moeten worden gespeeld.

Ook t.a.v. de but staat nu vast waar u in het vervolg (vanaf 1 april jl.) mee mag spelen.
Buts moeten van hout zijn en mogen op allerlei manieren beschilderd zijn, maar niet met een magneet opgetild kunnen worden. Dwingende voorwaarde is nu geworden dat ze nog slechts een doorsnede van 30 mm ( tolerantie plus of min 1 mm) mogen hebben.
Ook buts van kunststof zijn toegestaan, maar eigenlijk slechts van 1 merk (VMS).

Een ander ding dat ook altijd ter keuring moet worden aangeboden voor aanvang van een toernooiwedstrijd is uw licentie. Net als uw materiaal moet die deugdelijk zijn. Tegenstander en scheidsrechter mogen u vragen deze op hun verzoek te tonen, tenzij de licentie bij de wedstrijdleiding berust.

Tot zover wat zaken die van belang zijn voor u überhaupt gaat spelen.
Volgende keer wat verduidelijking van zaken waar u op moet letten als u met het eigenlijke spel gaat beginnen. Tot zolang moet u het voorgaande in ieder geval zelf weten.

Graag tot de volgende keer.

Leen van Aalsburg
NJBB scheidsrechter 2.

maandag 13 april 2009

Fanny 1 ou Fanny 2, c'est la question.


Fanny. U kent haar ongetwijfeld; onlosmakelijk verbonden met de boulesport. De oorsprong ligt zowel geografisch als in de tijd ver weg ergens in Frankrijk.
In het begin van de vorige eeuw werd er op een speelveld in de buurt van Lyon veel boules gespeeld. Of daar ook al het huidige petanque gespeeld werd, weet ik niet, maar het zou best een aanverwante voorloper geweest kunnen zijn. Een vieze, aan de onderkant van de sociale ladder staande mevrouw Fanny Dubriand (dochter van een winkelier met een kleine winkel) stond veel naar de spelers te kijken. Niet verlegen, en zij legde makkelijk contact met de spelers. Het verhaal gaat dat zij zich liet betalen om een verliezer met 13-0 haar achterwerk te laten zien, tot grote hilariteit van de winnaars natuurlijk. Haar achterwerk werd toen trouwens nog niet gekust, daar was zij eigenlijk veel te vies voor.

Later werd dit toch niet helemaal chic geacht, al vonden veel spelers en mensen met invloed het toch wel iets hebben. Omdat Fanny niet altijd beschikbaar of in de buurt was hadden zij bedacht dat haar achterwerk maar voor het nageslacht moest worden bewaard. Daarom werd er een houten beeldje van gemaakt, met 2 deurtjes ervoor (preuts als men was in die tijd). Pas toen ontstond de traditie van het kussen van de Fanny, alleen toegestaan voor de verliezers en wel met 13-0!!.

Heden ten dage kom je Fanny in allerlei vormen en maten tegen bij jeu de boulesverenigingen en dus ook bij ons. Wij hebben kort na de ingebruikname van de nieuwe hal de beschikking gekregen over een driedimensionale Fanny met rokje en al. Destijds een coproductie van Cor van Hoof en Willy van Sambeek. En nu is er dan ook een platte(=tweedimensionale) versie verschenen. En deze heeft ook geen rokje meer, maar wel doek, die op termijn de eerste Fanny moet gaan vervangen en doen vergeten. Ach, u begrijpt het wel, het is het zoveelste meesterwerk voor de club van de hand van Martin Strijbosch. Het doek heeft een prominent en strategisch plaatsje gekregen in het midden van de speelhal (toeval of niet, maar het hangt recht tegenover het AED apparaat) en de eerste bezoekjes zijn reeds afgelegd door diverse teams. Maar, en nu komt het, op het moment dat teams bij deze nieuwe Fanny aankomen ziet men aarzeling bij de slachtoffers optreden. Want ja, wat moet je nu doen? Uiteindelijke bedoeling van de Fanny-gang is namelijk om het blote achterwerk te kussen. Maar daar heb je wel houvast voor nodig en dat heb je niet bij de nieuwe. Bloot is het natuurlijk wel, maar het is een plat kunstwerk. Mag het doek aangeraakt worden, houdt de verf het, geeft de verf af, krijg ik geen gedonder met de maker van het werk? Al dat soort vragen weerhouden de Fanny-gangers van verdere acties. En dat is jammer. Want hoe mooi ook, deze Fanny werpt een drempel op om spontaan tot de daad van het kussen over te gaan. En daarmee mist het naar mijn idee zijn doel.
Let wel, ik vind het een mooi werk, maar het hoort thuis in de kantine in een meer stijlvolle omgeving. De Fanny voor het echte doewerk hoort in de hal en dat mag van mij de oude Fanny zijn en blijven.
Ik ben benieuwd hoe de overige leden over dit vreselijke dilemma denken.
Reageer a.u.b. op dit stukje, want voor u het weet staat u na 0-13 voor Fanny 1 of Fanny 2 en dan moet u zeker reageren.

zaterdag 21 maart 2009

U moet het zelf weten (1)

Inleiding
Onder deze titel kunt u van mij de komende tijd stukjes in ons clubblad Boel Bluf en op deze weblog verwachten. Bedoeling is dat ik in kort bestek wat toelichting ga geven rond de spel- en gedragsregels bij het jeu de boulen.

Deze materie sluit dan weer mooi aan op de baantrainingen die in april gaan beginnen en die u hopelijk ook gaat volgen. Die zijn in het bijzonder bedoeld om uw speltechnische en tactische vaardigheden te verbeteren of aan te scherpen.
Deze stukjes zijn vooral bedoeld om u ervoor te behoeden dat u door onwetendheid op theoretisch gebied punten zou laten liggen of af zou moeten staan of in het ergste geval scheidsrechterlijke sancties moet ondergaan.

Zoals u weet heeft alles zijn oorsprong. Ook in het geval van de spel- en gedragsregels van petanque. Aangezien wij met onze club zijn aangesloten bij de NJBB en onze nationale bond weer bij een internationale federatie van bonden (=FIPJP) wordt er binnen alle daarbij aangesloten landen in de regel gespeeld met het zogenaamde ISP, dat staat voor Internationaal Spel Reglement.
Normaal gesproken is dit reglement de basis van de regels waar u zich aan heeft te houden bij het spelen van ons geliefde spelletje. Er kunnen echter door omstandigheden uitzonderingen zijn. U moet dan bijvoorbeeld denken aan bondsverenigingen met een kleine accommodatie, die vaak met een zeer beperkte speelruimte kampen. Om toch te kunnen spelen kan dan door het bonds- of afdelingsbestuur dispensatie verleend worden op een of meerdere punten. Maar de regel is en blijft altijd de basis aan spel-en gedragsregels van het ISP.
Het is dus zaak dat u dit reglement kent.
U moet het zelf weten. Punt.
Vandaar ook de titel van mijn stukjes.

Waarom zeg ik dit zo nadrukkelijk.
Wel, om de doodeenvoudige reden dat de spelers, dus zowel u als uw tegenstander, voor een groot deel zelf verantwoordelijk zijn voor de gang van zaken genoemd in dit reglement.
Erger nog, als u sommige zaken nalaat te doen of te melden bent u zogezegd medeplichtig aan het aangaan van een overtreding van dit reglement en kunt u een scheidsrechterlijke sanctie ontvangen.
Gaat er al een lampje bij u branden? Nee, dan is het zeker zaak het vervolg van mijn stukjes te blijven lezen. Ik zal deze eigen verantwoordelijkheid blijven benadrukken bij de onderwerpen die de revue zullen passeren.

Zoals gezegd wordt het ISP vastgesteld door het FIPJP congres. Dat is in november 2008 weer gehouden en daarin zijn een aantal veranderingen vastgesteld voor het nu bestaande spelreglement. Als het allemaal loopt zoals het zou moeten lopen gaan deze aangepaste regels voor ons gelden zodra de Nederlandse vertaling uit het Frans gereed is. De streefdatum is 1 april. Houdt u om te beginnen deze datum in de gaten, zodat u niet verrast wordt door enkele belangrijke aanpassingen van het ISP. Ik ga nu niet expliciet in op deze aanpassingen. U hebt ze kunnen lezen of kunt ze nog lezen op blz. 16/17 van het laatste (februari)nummer van ons bondsblad petanQue. Wel zal ik bij de desbetreffende onderwerpen de komende veranderingen t.o.v. de huidige regels vermelden.

Materiaal waar officieel mee gespeeld mag worden.

Boules.
Ballen van metaal, die een diameter van ten minste 705 en ten hoogste 800 mm hebben en een gewicht van ten minste 650 en ten hoogste 800 gram. Recreatiesets hebben dat soort kenmerken vaak nog wel, maar om aan officiële wedstrijden deel te kunnen nemen worden er meer eisen aan het materiaal gesteld. Dan mag u slechts spelen met materiaal dat voorkomt op een lijst die door de FIPJP is vastgesteld. Boules die daar op voorkomen hebben een gegraveerd handelsmerk van de fabrikant en verder diverse aanduidingen volgens overeengekomen specificaties van het fabricageproces. Daar kunnen ook de naam en voornaam of initialen van een speler toe behoren.
U moet voor de aardigheid maar eens kijken of uw boules op deze lijst voorkomen. Als u internet heeft kunt u de volgende link eens proberen.
http://home.versatel.nl/leenvanaalsburg/goedgekeurdeboules.PDF
Het mag duidelijk zijn dat er niets valt te controleren als deze kenmerken op uw boules niet (meer) leesbaar zijn. Uw boules zijn op dat moment dan ook afgeschreven en u mag er niet meer mee in officiële wedstrijden uitkomen.
U en uw tegenstander mogen voor en tijdens de wedstrijd altijd elkaars speelmateriaal beoordelen. Daar is niks mis mee. Het is in ieders sportieve belang dat er gespeeld wordt met deugdelijk, goedgekeurd en gestandaardiseerd materiaal. Nog even dit. Als u bij de beoordeling van andermans materiaal verschillende goedgekeurde boules tegenkomt bij een en dezelfde speler; dat kan en dat mag. Het is dus mogelijk dat iemand uit een doublette met 3 verschillende boules speelt. Of het praktisch is is nog maar de vraag, maar het is toegestaan.

Buts
Buts mogen van hout zijn en in alle kleuren geverfd, maar tegenwoordig ook van kunststof. In het laatste geval echter alleen van het merk VMS (ook vermeld op de eerder genoemde FIPJP lijst).
Volgens het huidige reglement moet de diameter van een but ten minste 25mm en ten hoogste 35 mm bedragen. Maar een van de komende veranderingen in het reglement per 1 april laat alleen nog toe dat een but een vaste diameter van 30 mm mag hebben met een maximale tolerantie van 1 mm groter of kleiner. Houdt u daar in ieder geval vast rekening mee als u op het punt staat een pond butjes te gaan kopen.

Tot zover deze eerste bijdrage. U heeft op de weblog de gelegenheid direct inhoudelijk te reageren met vragen of opmerkingen.
Schroom ook niet om de bij u levende vragen op dit gebied aan mij te stellen. Ik zal ze graag naar vermogen beantwoorden. Dat houdt mij ook scherp.
Graag tot de volgende aflevering.

vrijdag 20 februari 2009

Wrok koesteren (1)

Nog maar 1 wedstrijd te gaan en de Afdelings Winter Competitie editie 2008-2009 zit er al weer op. Altijd een leuke wedstrijdenreeks om te doen. Dit jaar met een nieuw samengesteld team/negental meegedaan. Het is dan altijd even afwachten hoe de van te voren samengestelde 3 tripletten in werkelijkheid functioneren. Het moet wel klikken zoals dat heet. Naast de persoonlijke technische mogelijkheden is het ook een kwestie van het karakter van de spelers of het allemaal een beetje gaat lopen. En dan moet het ook nog een keer gezellig zijn en blijven als negental. Je hebt er niks aan als een van de drietallen supersterk is en de andere drietallen niks klaarmaken, dat is voor de onderlinge verhoudingen funest.
En dan rest nog de vraag wat voor tegenstanders en terreinomstandigheden je treft. Elke keer weer anders en verrassend.
In de regel gaat het er in deze competitie gemoedelijk aan toe. Er wordt natuurlijk voor de punten gestreden maar op een faire manier. Omdat er geen echte arbitrage geregeld is/kan worden voor deze serie wordt er van iedereen verwacht dat daar ook naar gehandeld wordt. Maar dat maakt het geheel tegelijkertijd kwetsbaar. Er hoeft maar iemand bij te zijn die kwaaie zin heeft en de sfeer voor 18 deelnemers staat op de tocht, want iedereen speelt uiteindelijk tegen iedereen.
Als ik zelf met mijn team vrij ben ga ik, als het even kan, zaterdags meestal kijken bij een van onze andere deelnemende thuisspelende teams. Zo ook enkele weken geleden. Ik zal verder geen namen noemen. Het gaat om een voorbeeld in het algemeen.
Ik kwam binnen nadat de eerste ronde gespeeld was. Er heerste een merkwaardig sfeertje. Al gauw kreeg ik te horen dat een van de tegenstanders vanaf het begin had geweigerd ook maar iemand van ons team de hand te schudden. Op zich al een unicum.
Gevraagd naar de reden (niet religieus) kon ons team alleen in de herinnering van de uitwedstrijd een maand daarvoor een incident(je) oproepen rond een spelsituatie.
Daarbij had een van het board terugspringende schietbal de op punt liggende bal (niet gemarkeerd!!!) van het andere team verplaatst. Deze bal werd vervolgens teruggelegd door de tegenpartij, wat dus niet kan. Door ons team werd daar dan ook volkomen terecht tegen geprotesteerd, wat vervolgens een verziekte sfeer bij betreffende tegenstander opriep (volkomen onterecht).
De man in kwestie heeft dat vervolgens blijkbaar in wrok omgezet en gekoesterd tot de terugwedstrijd in Oss aan de orde was en dat als argument gebruikt om zijn houding jegens dan maar iedereen van Boules de Boeuf te rechtvaardigen. Sterker nog, gaandeweg de wedstrijdenreeks gaf hij ook nog doodleuk aan in zijn gezicht te zijn gespuugd door een van onze spelers. Ik bedoel maar, heb je Rudi Völler en Frank Rijkaard al als lama's bij het voetbal gehad, wordt dat nu bij het boulen geïntroduceerd. Wat volgt er verder nog: shirtje trekken, de elleboogstoot, het spelen op de enkels (gebeurt overigens wel eens, maar dan toch echt in onschuld)?
Wat moet je nou met iemand die zich zo opstelt?
Heeft u een idee, laat het me weten.
Ik kom er in ieder geval nog eens op terug in relatie tot het wedstrijdreglement.